De jongere aanspreken: handboek methode jeugdreclassering
Inleiding
De methode die in dit handboek wordt beschreven, is een antwoord op de vraag naar professionalisering van de jeugdreclassering. Verschillende onderzoekers hebben hierop aangedrongen, omdat de huidige werkwijze te versnipperd en niet wetenschappelijk onderbouwd was. Een eenduidige, evidence-based methode zorgt voor een maatschappelijk en politiek draagvlak voor de jeugdreclassering, geeft jeugdreclasseerders gereedschap in handen om effectief te werken, en biedt de jongere die delicten pleegt vertrouwen en uitdaging.Het handboek is in opdracht van het Ministerie van Justitie ontwikkeld als onderdeel van Jeugd terecht, het actieprogramma ter bestrijding van de jeugdcriminaliteit.
Klik hier voor de volledige tekst van het Handboek Jeugdreclassering
Inhoudsopgave
In het pdf-bestand vindt u de volgende informatie:- Samenvatting 10
- Leeswijzer 20
- Hoofdstuk 1: Inleiding
- 1.1 Professionalisering van de jeugdreclassering 23
- 1.2 Opzet van het handboek 24
- 1.3 Begrippen 24
- Hoofdstuk 2: Context en visie
- 2.1 Context 26
- 2.1.1 Antwoorden van de samenleving op jeugdcriminaliteit
- 2.1.2 Jeugdreclassering als antwoord op jeugdcriminaliteit: doelgroep en modaliteiten
- 2.1.3 Het juridisch perspectief van de jeugdreclassering
- 2.1.4 Het inhoudelijke perspectief van de jeugdreclassering
- 2.1.5 Methode Jeugdreclassering: basisregels en handreikingen
- 2.1.6 Individuele trajecten
- 2.2 Visie 31
- 2.2.1 Beschermen en bevorderen van participatie naast begrenzen en bewaken
- 2.2.2 Pragmatisch en wetenschappelijk werken combineren
- 2.2.3 Hoe combineerden jeugdreclasseerders de perspectieven in het verleden?
- 2.2.4 Op weg naar de methode
- 2.2.5 De drie routes bij Toezicht en Begeleiding tot aan de zitting
- 2.3 What Works: zes beginselen 37
- Hoofdstuk 3: Diagnostiek
- 3.1 Inleiding 42
- 3.1.1 Diagnostiek: samenwerking met de Raad en JJI 42
- Beschrijvende, verklarende en handelingsgerichte diagnostiek
- 3.2 Doelen van de diagnostiekfase 42
- 3.2.1 Wetenschappelijke route: doelen van diagnostiek 42
- 3.2.2 Pragmatische route: doelen van diagnostiek 45
- 3.2.3 Normatieve route: doelen van diagnostiek 47
- 3.3 Middelen voor de diagnostiekfase 47
- 3.3.1 Wetenschappelijke route: middelen bij diagnostiek 47
- Eerst dossier, dan de eerste contacten
- Dossiers als bronnen voor diagnostiek
- Inhoudelijk voorbereiden van de eerste gesprekken
- Plannen van de eerste gesprekken
- Beoordeling van de informatie en het besluit tot aanvullende diagnostiek
- Specifieke technieken voor diagnostiek en planvorming
- 3.3.2 Pragmatische route: middelen bij diagnostiek 51
- De samenwerkingsrelatie staat centraal
- Leiding geven en uitdagen
- De jeugdreclasseerder is persoonlijk rolmodel
- Specifieke middelen voor het versterken van de samenwerkingsrelatie
- Informatie uit de wetenschappelijke en pragmatische route beïnvloedt elkaar
- Overzicht voor planvorming op basis van de pragmatische route
- 3.3.3 Normatieve route: middelen bij diagnostiek 55
- De teammanager toetst de aanmelding
- Contactlegging
- Geen contact
- Kaders stellen
- Jeugdreclasseerder is normatief rolmodel
- Informatie geven
- Instrueren
- Aandachtspunten voor zorgverlening signaleren
- 3.4 Basisregels voor de diagnostiek 60
- 3.4.1 Methode 61
- 3.4.2 Randvoorwaarden en organisatie 61
- Hoofdstuk 4: Planvorming
- 4.1 Inleiding 63
- 4.2 Doel fase Planvorming 63
- 4.2.1 Wetenschappelijke route: doelen van planvorming 64
- 4.2.2 Pragmatische route: doelen van planvorming 64
- 4.2.3 Normatieve route: doelen van planvorming 64
- 4.3 Middelen fase planvorming 65
- 4.3.1 Wetenschappelijke route: middelen voor planvorming 65
- Blauwdruk voor het Plan van Aanpak
- Doelen
- Effectieve (erkende) programma's/methodieken
- Programma's koppelen aan delictgerelateerde criminogene factoren
- Allochtone jongeren
- Multimodale aanpak
- 4.3.2 Pragmatische route: middelen voor planvorming 69
- Voorzichtig met oplossingen in de aanloop naar het Plan van Aanpak
- Gebruik maken van positieve factoren
- Haalbare doelen voor de jeugdreclasseerder zelf
- Onderhandelen met de jongere
- Voorwaarden scheppen met ketenpartners
- De vereiste hulp is nog niet beschikbaar
- 4.3.3 Normatieve route: middelen voor planvorming 72
- Recht op zorg en basisvoorzieningen, aanspraak op universele rechten.
- Het plan tot in detail doornemen
- Gevolgen van niet nakomen van de afspraken
- Geen recidive
- Controle
- Ketensamenwerking vastleggen
- 4.4 Basisregels Planfase 74
- 4.4.1 Methode 75
- 4.4.2 Randvoorwaarden en organisatie 76
- Hoofdstuk 5: Uitvoering
- 5.1 Inleiding 78
- 5.2 Doelen van de uitvoering 78
- 5.2.1 Wetenschappelijke route: doelen van de uitvoering 78
- 5.2.2 Pragmatische route: doelen van de uitvoering 78
- 5.2.3 Normatieve route: doelen van de uitvoering 79
- 5.3 Middelen voor de uitvoering 79
- 5.3.1 Wetenschappelijke route: middelen voor de uitvoering 79
- De intensiteit van de begeleiding
- Werken aan de Big Four: essentiële doelen bij het terugdringen van delictgedrag
- Case-management
- Professionaliteit en integriteit van de jeugdreclasseerder zelf
- 5.3.2 Pragmatische route: middelen voor de uitvoering 82
- Prosociaal rolmodel zijn
- Informatie vastleggen
- Ingrijpen bij noodsituaties
- 5.3.3 Normatieve route: middelen voor de uitvoering 84
- Case-management
- Vasthouden aan gemaakte afspraken met de jongere
- Voorbereiden van de jongere op programma's
- Volgen en evalueren van de uitvoering programma's met de jongere
- 5.4 Basisregels uitvoering 85
- 5.4.1 Methode 86
- 5.4.2 Randvoorwaarden en organisatie 87
- Hoofdstuk 6: Evaluatie en afsluiting
- 6.1 Inleiding 88
- 6.2 Doel van evaluatie en afsluiting 89
- 6.2.1 Wetenschappelijke route: doelen van evaluatie en afsluiting 89
- 6.2.2 Pragmatische route: doelen van evaluatie en afsluiting 89
- 6.2.3 Normatieve route: doelen van evaluatie en afsluiting 90
- 6.3 Middelen voor evaluatie en afsluiting 90
- 6.3.1 Wetenschappelijke route: middelen voor evaluatie en afsluiting 90
- Visie op evaluatie en afsluiting
- Een nieuwe risicotaxatie
- Geen hoog recidiverisico en een goede prognose
- Evaluatie van de begeleiding door de jeugdreclassering
- Continuïteit bieden
- 6.3.2 Pragmatische route: middelen voor evaluatie en afsluiting 92
- Wanneer laten jongere en ouders zien dat zij toe zijn aan afsluiten?
- Onderhandelen en motiveren
- Casemanagement
- Afsluiten is afscheid nemen
- 6.3.3 Normatieve route: middelen voor evaluatie en afsluiting 94
- De teammanager toetst de evaluatie en afsluiting
- Afspraak voor evaluatie
- Kaders stellen
- Jeugdreclasseerder is normatief rolmodel
- Zorgbehoefte en participatie
- Informatie geven
- Tussentijds beëindigen van de begeleiding
- 6.4 Basisregels voor evaluatie en afsluiting 96
- Handreiking 1: Criminogene factoren
- 1.1 Inleiding 99
- Definitie
- Algemeen en specifiek
- Statisch en dynamisch
- Stabiel en acuut
- Voorspellen van recidive
- 1.2 Criminogene factoren 100
- 1.2.1 Delictgeschiedenis
- 1.2.2 Huidige (laatste) delict en delictpatroon
- 1.2.3 Huisvesting en wonen
- 1.2.4 Opleiding, werk en leren
- 1.2.5 Inkomen en omgaan met geld
- 1.2.6 Relaties met gezin, familie en partner
- 1.2.7 Vrienden, kennissen en vrijetijdsbesteding
- Jeugdbendes
- 1.2.8 Druggebruik
- 1.2.9 Alcoholgebruik
- 1.2.10 Geestelijke gezondheid
- 1.2.11 Denkpatronen en gedrag
- Kernovertuigingen als veranderbare factor
- 1.2.12 Houding
- 1.2.13 Aanvullende - niet criminogene factoren
- Handreiking 2: Analyseren van de beschikbare informatie in de diagnostiekfase
- 2.1 Eerste analyse door teammanager of gedragsdeskundige 112
- 2.2 Analyse door de jeugdreclasseerder 112
- 2.3 Effect van de informatie op de jeugdreclasseerder 113
- Handreiking 3: Vaste onderdelen van elk gesprekscontact 115
- Handreiking 4: Leiding geven aan de jongere
- 4.1 Situationeel leidinggeven 117
- 4.2 Instrueren (stijl 1) 119
- S1: instructiegesprek
- S1: correctiegesprek
- 4.3 Overtuigen (stijl 2) 122
- S2: overtuigingsgesprek
- 4.4 Coachen (stijl 3) 123
- S3: coachingsgesprek
- 4.5 Delegeren (stijl 4) 124
- S4: delegeren
- 4.6 Leiding geven aan jongeren met een verstandelijke handicap of psychiatrische stoornis 126
- Handreiking 5: Motiveren van de jongere
- 5.1 Onvrijwillige transactie en motivatie 127
- 5.2 Basisstrategie 129
- 5.3 Het inschatten en beïnvloeden van de interne motivatie 129
- 5.4 Concrete gesprekthema's 132
- Positieve en negatieve kanten van het plegen van delicten
- Jouw Dossiergegevens
- Eerdere reclasseringservaringen en hulpverleningservaringen
- Vooruitblikken
- Belang en Vertrouwen
- Balans Opmaken
- Twintig Seconden
- 5.5 Motivatie van de jongere en het Plan van Aanpak 134
- Handreiking 6: Technieken voor aanvullende diagnostiek en planvorming
- 6.1 Bespreken van het delict 137
- 6.2 Actief in kaart brengen van het netwerk van de jongere: sociale omgevingsanalyse 137
- 6.2.1 Informatiefase
- 6.2.2 Contactfase
- 6.2.3 Observatie en feedback
- 6.2.4 Ondersteuning
- 6.3 Inventariseren van gezins- en opvoedingsrelaties: circulaire vragen en genogram 141
- 6.3.1 Circulaire vragen
- 6.3.2 Genogram: samen zoeken naar mogelijkheden voor verandering
- 6.4 Gericht zoeken naar bronnen van steun: uitzonderingen op de regel 144
- Handreiking 7: De eerste gezinsgesprekken
- 7.1 Inleiding: waarom samenwerken met het gezin? 146
- 7.2 Voorbereiding 147
- 7.2.1 Waarom
- 7.2.2 Met wie en in welke volgorde
- 7.2.3 Waar en in welke volgorde
- 7.3 Een samenwerkingsrelatie tot stand brengen 149
- 7.3.1 Kunnen samenwerken en willen samenwerken
- 7.4 Gebruiken van weerstand 151
- 7.4.1 Algemene aanwijzingen
- 7.4.2 Specifieke aanwijzingen: 11 weerstandspatronen.
- 1 Ontkennen of zwijgen
- 2 Beschuldigen
- 3 Labelen
- 4 Zwak zijn
- 5 De Gedreven Ouder
- 6 Inductie
- 7 Vermijden
- 8 Woede/boosheid
- 9 Hulpeloos zijn
- 10 De leefomgeving
- 11 Van crisis naar crisis
- 7.5 Verkennen van de criminogene factoren en sterke kanten in gezinsgesprekken 158
- Handreiking 8: Middelen voor het verlichten van acute en praktische problemen
- 8.1 Interventies in een acute crisissituatie 160
- 8.1.1 Kenmerken van een acute crisis
- 8.1.2 Interventies bij een acute crisis
- Actief luisteren
- Concreet hulp bieden
- Tijd nemen
- 8.2 Ingrijpende besluitvorming op basis van de eerst beschikbare informatie 164
- 8.3 Verminderen van sociale isolatie 164
- Eerst de achtergronden nagaan
- Daarna taakgericht werken aan nieuwe activiteiten
- Contact verbeteren met diensten, school en instanties
- 8.4 Hulp bij sociaalmateriële problemen 166
- Voordelen van praktisch helpen
- Compenseren of activeren?
- 8.5 Schuldhulpverlening 168
- Handreiking 9: Maken van een Plan van Aanpak
- 9.1 Volgorde 169
- 9.2 Kansen op recidive en schade 169
- 9.3 Responsiviteit: motivatie, mogelijkheden en leerstijl 171
- Motivatie
- Mogelijkheden
- Leerstijl
- 9.4 Doelen 173
- 9.5 Middelen 175
- 9.6 Overeenstemming 175
- Handreiking 10: Effectieve programma's
- 10.1 Inleiding 176
- 10.2 Effectiviteit van de jeugdreclassering 176
- 10.3 Wat werkt niet of is zelfs contraproductief? 177
- Doelen
- Interventies
- 10.4 Wat werkt wel? 177
- 10.4.1 Effectieve interventies voor jongeren die niet zijn gedetineerd of in een residentiële behandelinginrichting geplaatst.
- Individuele begeleiding
- Interpersoonlijke (sociale) vaardigheden
- Gedragsinterventies
- Multimodale aanpak
- 10.4.2 Effectieve interventies voor jongeren in een JJI, residentiële behandelinrichting of (vak-)internaat.
- Interpersoonlijke Vaardigheden
- Teaching Family Homes
- Gedragsinterventies
- Buurtgebonden residentiële programma's.
- 10.4.3 Jongens met ernstige gedragsproblemen
- 10.4.4 Jongeren die zedendelicten plegen
- 10.4.5 Jongeren met een licht-verstandelijke handicap
- Handreiking 11: Interventies door de jeugdreclasseerder als begeleider
- 11.1 Gedragsinterventies 187
- S-O-R-C: functionele analyse
- Straf of boete
- Uitdoven
- Isolatie
- Overcorrectie
- Negatieve stimulus verwijderen of niet meer geven
- Discriminatietraining
- Belonen van gewenst gedrag
- Fading-out
- Shaping
- Imitatieleren
- Chaining
- 11.2 Cognitieve interventies 194
- 11.2.1 Cognitief reflectieve interventies
- 11.2.2 Aanleren van vaardigheden voor probleemoplossing
- 11.2.3 Verheldering van het perspectief van het slachtoffer
- 11.3 Gezinsinterventies 197
- 11.3.1 Bieden van praktische steun
- 11.3.2 Communicatievaardigheden
- Verhelderen van misverstanden
- Beurten verdelen
- Positie Wisselen
- 11.3.3 Huisregels
- 11.3.4 Feedback op het gedrag van de jongere
- 11.4 Activering van het sociaal netwerk 201
- 11.4.1 Familieberaad
- Werkwijze in het kort
- Een variant: het vriendenberaad
- De winst van een Familieberaad
- 11.4.2 Herstelrecht
- Handreiking 12: Casemanagement in de jeugdreclassering
- 12.1 Kenmerken van Casemanagement 204
- 12.2 Casemanagement in de praktijk 206
- De jongere zet leiding geven op het spel
- Andere betrokken instanties zetten vraaggericht leiding geven op het spel
- 12.3 Uitgangspunten voor case-management in de jeugdreclassering 207
- Gezamenlijke visie
- Eén vertrouwensfiguur neemt de leiding
- Een groeimodel voor samenwerking
- Weerstand als metafoor
- 12.4 Model voor case-management in de jeugdreclassering 209
- 12.4.1 Model voor het vasthouden aan het delictgedrag als centraal aandachtspunt
- Activeren van jongere of gezinsomgeving (1)
- Blokkeren van gezinspatronen (2)
- Blokkeren van een patroon tussen jeugdreclasseerder en jongere of gezin (3)
- Activeren van de jeugdreclasseerder (4)
- 12.4.2 Delictgericht samenwerken door medewerkers van betrokken instanties
- 12.4.3 Consequenties op organisatieniveau
- Kies een passende besturingsfilosofie
- Structureer het indicatie- en behandelingsoverleg
- Organiseer samenwerkingsoverleg
- Handreiking 13: De zitting: gang van zaken en voorbereiding van de jongere
- 13.1 De gang van zaken tijdens een zitting 219
- 13.2 Wie speelt welke rol op de zitting? 221
- 13.3 Voorbereiding van de jongere op de zitting 224
- Faalangst?
- Oorzaken en symptomen van faalangst.
- Aanwijzingen bij faalangst
- Calculerende jongeren
- Handreiking 14: De jongere toeleiden naar aanvullende hulp en zorg
- 14.1 Waarheen toeleiden? 226
- 14.1.1 Voorliggende voorzieningen
- 14.1.2 Geïndiceerde hulpverlening: zorgaanbieders
- 14.1.3 (Voortgezet) Speciaal onderwijs
- 14.2 Aandachtspunten bij toeleiding 230
- 14.2.1 Aanmelding van de jongere
- 14.2.2 Intake / overdrachtsgesprek
- 14.2.3 Informatieverstrekking
- Handreiking 15: De Justitiële Jeugdinrichting en de jeugdreclassering
- 15.1 Justitiële Jeugdinrichtingen 235
- 15.2 STP, Work-Wise en Proefverlof 235
- 15.2.1 STP
- 15.2.2 Work-Wise
- 15.2.3 Proefverlof
- 15.3 Nazorg 240
- 15.3.1 Wat is nodig bij nazorg?
- 15.3.2 Wat doet de jeugdreclasseerder?
- Beginnen in de JJI
- Het vertrekplan
- De thuissituatie
- Oude vrienden en kennissen, en andere risicosituaties
- Netwerkontwikkeling volgen
- Afronding
- Handreiking 16: Jongeren met psychiatrische problematiek
- 16.1 Gestoord gedrag of niet? 244
- 16.2 Depressie en suïcidaliteit 245
- 16.3 Lichamelijke klachten met een psychische oorzaak 248
- 16.4 Stoornissen binnen het autistisch spectrum 248
- 16.5 Posttraumatische stressstoornis 250
- 16.6 Dwangstoornissen 251
- 16.7 Tics 252
- 16.8 Dissociatieve stoornissen 253
- 16.9 Psychosen in de puberteit 255
- 16.9.1 Schizofrenie
- 16.9.2 "Puberteitspsychose" of "korte psychotische stoornis"
- 16.9.3 Manisch-depressieve psychose
- 16.9.4 Psychosen als gevolg van genotmiddelen
- 16.10 Eetstoornissen: anorexia nervosa en boulimia 257
- 16.10.1 Inleiding
- 16.10.2 Uitingsvormen
- 16.11 Persoonlijkheidsstoornissen 260
- 16.12 Jongeren van ouders met psychiatrische stoornissen 264
- Literatuur 266

